Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Jonge kinderen en diabetes

De zorg voor anderen

Wanneer een familielid of naaste diabetes krijgt, heeft dit een invloed op de hele familie. U doet alles wat u kan om uw naaste te helpen zijn of haar diabetes onder controle te houden. Hoe meer u over deze aandoening weet, hoe beter u hen uw begrip en steun kan geven.

Hier leert u meer over de fysieke, emotionele en sociale impact die diabetes heeft op een kind, een tiener of een volwassene.

Ouders of naasten spelen een belangrijke rol in het diabetesbeheer van hun kind of familielid. Als ouder of naaste, kan u hun behoeften even goed of soms zelfs beter begrijpen. We hopen dat deze rubriek u de kennis zal geven om meer vertrouwen te hebben in uw rol.

De zorg voor kinderen (peuters)

Diabetes mag de levenskwaliteit van uw kind niet verminderen. Uw kind en u zullen met de jaren bijkomende verantwoordelijkheden hebben.

Als ouder van een kind of peuter met diabetes, zal een diabetes diagnose meer dan alleen uw kind beïnvloeden. Het kind is volledig afhankelijk van uw zorg maar niet alleen voor de behandeling van de diabetes. Ook als uw kind begint te wandelen en spreken, is diabetes slechts een klein onderdeeltje van zijn wereld. Kinderen leven vandaag. De bloedglucosemeting of injectie die voor zoveel tegenkanting zorgde vanmorgen is dan al lang vergeten.

Voor uw eigen gemoedsrust, en voor de gezondheid van uw kind, kan u zich best zoveel mogelijk informeren. Word lid van een patiëntenvereniging waardoor u andere families in dezelfde situatie kan ontmoeten.

Zorg voor uzelf. Diabetes is een dagelijkse verantwoordelijkheid. Als u niet oplet, kan deze verantwoordelijkheid u uitputten.

Praat met uw kind

Alleen u weet hoeveel informatie u aan uw kind wil meedelen en wanneer hij/zij klaar is om meer te begrijpen. Het kan zelf voldoende zijn voor een kind om te weten dat ze teveel 'suiker' in hun bloed hebben en ze insuline nodig hebben om het eruit te halen.

Tips bij jonge kinderen met diabetes

  • Luister aandachtig naar uw kind. Zijn er dingen die hij of zij niet goed begrijpt?
  • Kies zorgvuldig uw woorden. Noem de bloedglucosewaarden niet “goed” of “slecht”, maar “hoog”,”laag” en "normaal”.
  • Feliciteer uw kind wanneer het moedig is geweest om te testen of insuline te injecteren.
  • Maak van de test en injectie een liefdevolle moment. Een knuffel na de bloedglucosetest kan wonderen doen.
  • Betrek uw kind bij het kiezen van een vinger om een druppeltje bloed te prikken.
  • Verander regelmatig van prikplaats.
  • Maak alles klaar voor de test en voer hem snel en kalm uit. Hoe minder u er zich over opwindt, hoe minder uw kind dit zal doen.
  • Stel samen met uw professionele zorgverlener een planning op maat op voor de eet-, test- en medicatietijden van uw kind.

 

 

Delen

Opslaan onder: